http://www.deredactie.be/permalink/2.28024?video=1.1624326

Un concours vidéo sur la multiculturalité

RVB de base

Comme coordinateur du Réseau national belge de la Fondation Anna Lindh, l’Institut Medea a le plaisir de annoncer le lancement du projet: « We Tube – Smash clichés in a Clip ». C’est un concours vidéo qui invite les jeunes à s’exprimer à travers des miniclips vidéo sur les questions de société autour de la multiculturalité et l’importance de déconstruire les clichés. Ce projet vise tout d’abord à faire prendre conscience aux jeunes de la nécessité d’une société multiculturelle où ses citoyens dialoguent et cohabitent en paix. Le réseau des associations belges membres de la Fondation Anna Lindh accompagnera et outillera les jeunes dans leur    démarche d’expression proactive et citoyenne pour relever ensemble le défi de l’interculturalité.

La présentation du projet aura lieu à Bruxelles le mercredi 15 mai 2013. Cet événement de lancement est l’occasion pour les jeunes de 15 à 25 ans qui veulent participer de découvrir et s’initier au monde de la vidéo à travers des ateliers interactifs. Lors de cette journée inédite seront présentées aussi les règles du concours et une vidéo pilote. Pour participer à cet événément, veuillez nous renvoyer le formulaire d’inscription ou nous écrire avant le 3 mai 2013 à smashcliches@gmail.com

 

Evénement Kick off « We Tube – Smash clichés in a clip »:

Où? au Jeugd & Stad, JES,  3 Rue des Ateliers 1080 Bruxelles

Quand? mercredi 15 mai 2013 de 13h30 à 18h00

 

Télécharger l’invitation et le formulaire d’inscription, en français et néerlandais, ici:

Invitation et formulaire d’inscription We Tube Smash Cliches in a Clip

Uitnodiging en inschrijvingsformulier We Tube Smash Cliches in a Clip

 Pour plus d’information consulter la page Facebook : «Smash Clichés in a Clip»

final a6 fb

Naar aanleiding van het Irisfeest hebben verscheidene politici afscheidnemend Charles Picqué (PS) bedankt voor zijn 19 jaar als minister-president.

Lovende woorden voor Picqué

Lovende woorden voor Picqué (© Dieter Telemans)

In de spiegelzaal van het Brussels parlement is zaterdag de academische zitting voor het Irisfeest gehouden. Afscheidnemend minister-president Charles Picqué werd er in de bloemetjes gezet, en daarvoor waren zo’n 700 mensen opgedaagd.

Picqué kreeg van verschillende politici lof toegezwaaid. Premier Di Rupo bracht hulde en bedankte hem voor “zijn jarenlange inzet, engagement en passie voor Brussel”.

Picqué heeft volgens Di Rupo gedurende meer dan twintig jaar zijn stempel gedrukt op het Brussels Gewest. “Hij heeft al die jaren het voortouw genomen in de ingrijpende transformatie die onze hoofdstad en haar 19 gemeenten hebben gekend”, aldus Di Rupo.

Picqué is volgens de premier een bruggenbouwer bij uitstek. “In een veranderend België is hij er in geslaagd om beide gemeenschappen in het tweetalige gewest harmonieus te laten samenwerken en tegelijkertijd een uniek ‘Brusselgevoel’ te creëren”, aldus de premier.

Ook Waals minister-president Rudy Demotte (PS) en minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) spraken lovende woorden over Picqué. Demotte had het over “de duurzame en blijvende inzet die Picqué heeft geleverd voor Brussel en de Brusselaars”.

Milquet noemde Picqué visionair, intelligent, tolerant, openstaand voor iedereen, minzaam en respectvol. De minister van Binnenlandse Zaken feliciteerde de Brusselse minister-president ook omdat hij zijn parlementair werk wil voortzetten.

Opvallende woorden waren er ook van parlementslid Walter Vanden Bossche (CD&V), die het niet altijd met Picqué kon vinden, vooral over communautaire dossiers. Voor hem ligt de minister-president echter “aan de basis van de communautaire vrede in Brussel. We waren niet altijd met u, en u niet altijd met ons, maar we hebben elkaar gevonden”, zei hij.

Picqué kwam zelf ook aan het woord. Hij benadrukte de Brusselse identeit en het belang van samenwerking tussen Gewest en gemeenten. “Brussel is heroïsch”, zei hij.

 

zaterdag 4 mei 2013, 17u23
© brusselnieuws.be

Piet Van de Craen, hoogleraar aan de VUB, raakt steeds meer overtuigd van de positieve gevolgen van meertalig onderwijs: de kinderen leren sneller een tweede taal, hun moedertaal lijdt er niet onder, en in het algemeen worden ze betere ‘leerders’, vooral in rekenen. “De kloof tussen zwakke en sterke leerlingen verkleint.”

Volgens hoogleraar Piet Van de Craen (VUB) zijn de hersenen van leerlingen die leren in twee talen anders georganiseerd dan die van eentalige leerlingen.

Volgens hoogleraar Piet Van de Craen (VUB) zijn de hersenen van leerlingen die leren in twee talen anders georganiseerd dan die van eentalige leerlingen. (© Saskia Vanderstichele)

H et thema tweetalig onderwijs dook afgelopen week op in verschillende Brusselse fora. De Partij van de Arbeid lanceerde een campagne om politici en onderwijsnetten ervan te overtuigen om in alle Nederlandstalige en Franstalige scholen in Brussel met tweetalig onderwijs te beginnen. Ook op het leerkrachtenparlement, dat deze week voor het eerst door de Vlaamse Gemeenschapscommissie werd georganiseerd, kwam het onderwerp ter sprake. En de VUB had donderdag een studiedag voor leraren en schooldirecties in het vooruitzicht van het nieuwe decreet XXIII. Dat moet het voor secundaire scholen mogelijk maken om vanaf september 2014, een jaar later dan gepland, twintig procent van de lessen in een andere taal aan te bieden.

Op dit moment hebben Vlaamse scholen amper mogelijkheden om tweetalig onderwijs in te richten. Volgens de taalwetten van 1962-1963 is de onderwijstaal immers het Nederlands. De Franse Gemeenschap laat sinds 1998 nochtans wel immersie- of tweetalig onderwijs toe. Van de vorige Vlaamse onderwijsminister, Frank Vandenbroucke (SP.A), mochten negen secundaire scholen in Vlaanderen vanaf 2008 drie jaar experimenteren met CLIL, Content and Language Integrated Learning oftewel leerstof onderwijzen in een andere taal. Die proeftuinscholen gaven een beperkt aantal vakken in het Frans of het Engels. In Brussel liet Vandenbroucke die experimenten niet toe vanwege het grote aantal anderstaligen.

In Brussel bestaat vandaag dan ook alleen Stimob (Stimulerend meertalig onderwijs Brussel), een initiatief uit 2000 van professor Van de Craen en enkele scholen van het gemeenschapsonderwijs. Tien lagere scholen en een atheneum gebruiken de twee vrije uren om herhalingslessen in het Frans (of het Engels) te geven, met de CLIL-aanpak.

Maar vanaf volgend jaar zullen alle secundaire scholen, ook in Brussel, tot twintig procent van het lesprogramma in een andere taal kunnen aanbieden. Op voorwaarde dat ze parallel ook het gewone, Nederlandstalige traject aanbieden.

Voor het basisonderwijs verandert er dus niets. “Jammer,” vindt Van de Craen. “Men begint beter bij het basisonderwijs, ik vermoed dat sommige politici nog altijd vrezen dat de kennis van het Nederlands erdoor wordt aangetast.”

Volgens Van de Craen, die de tweetalige experimenten in Brussel van in het begin wetenschappelijk opvolgt, is duidelijk aangetoond dat dit niet het geval is. “De kinderen leren beter Frans, zonder dat het een negatief effect heeft op de kennis van hun moedertaal.” Dit resultaat is er al vanaf twee uurtjes immersie. En het geldt voor alle leerlingen, ongeacht afkomst of intelligentie.

Organisatorische kwestie
De afgelopen jaren zijn ook de cognitieve resultaten van meertalig onderwijs zichtbaar geworden. “Ons eigen onderzoek en buitenlandse studies tonen aan dat CLIL-leerlingen betere scoren op rekenen en wiskunde. Het blijkt dat de breinen van leerlingen die leren in twee talen anders georganiseerd zijn dan die van eentalige leerlingen. Het vermoeden bestaat dat het ook beter lerende breinen zijn. Een gestimuleerd brein is er twee waard.”

Van de Craen merkt dat vooral zwakke leerlingen het beter gaan doen. “De kloof met de sterke leerlingen wordt kleiner.” En ook dyslectische kinderen zouden er baat bij hebben.

Tijdens het leerkrachtenparlement bleek een meerderheid van de aanwezige leerkrachten nochtans geen voorstander van tweetalig onderwijs te zijn. “Wordt er dan van ons verwacht dat we ook perfect Frans spreken? Dat is organisatorisch moeilijk haalbaar,” zei een leerkracht.

Inderdaad, hoe organiseer je tweetalig onderwijs op praktisch vlak? Het nieuwe decreet geeft immers geen extra middelen voor CLIL.

Volgens Van de Craen is het een organisatorische kwestie die met wat goede wil van de schooldirecties kan opgelost worden. “Natuurlijk moeten de leerkrachten bijscholing krijgen en moet de lerarenopleiding op termijn hervormd worden.” In uitwisseling met Franstalige leerkrachten gelooft hij niet. “De experimenten daarmee zijn tot nog toe nooit goed afgelopen.”

woensdag 1 mei 2013, 09u39
Bettina Hubo © Brussel Deze Week

http://www.hello-europe.org

Een pleidooi voor sociaal-culturele samenwerking tussen Nederlandstaligen en Franstaligen

In samenwerking met onze Franstalige amigo’s van het PAC uit Etterbeek en Watermaal-Bosvoorde, en met de medewerking van o.m. Jean Spinette,  Anne-Sophie Vanneste, Betty D’Haenens en Willy Thomas. En we vragen ook Claude Semal. Sinds meer dan een kwarteeuw is cultuur een bevoegdheid van de Gemeenschappen. Deze culturele autonomie heeft ongetwijfeld zijn positieve aspecten. Maar tegelijk drijven onze twee Gemeenschappen steeds verder van elkaar weg, zijn ze op zichzelf betrokken, in plaats van zich met mekaars verschillen te verrijken. Vandaag stellen we de gevolgen vast: onbegrip en karikaturalebenaderingen van de andere gemeenschap, het groeiend nationalisme, onverdraagzaamheid. Een open en sociaal-geëngageerde cultuur onderscheidt zich juist door de capaciteit om culturele, taalkundige, communautaire of nationale barrières te kunnen overstijgen. Zoals elke grens kan gezien worden als een scheidingslijn, kan die denkbeeldige lijn evengoed benaderd worden als een ontmoetingspunt. Verschillen leren zien,  leren uit en omgaan met verschillen luidt de boodschap. En Brussel is hiervoor de labo-plek bij uitstek want de stad situeert zich op het kruispunt van Angelsaksische, Latijnse en Germaanse culturen We nemen enkele praktijkvoorbeelden van samenwerkende organisaties onder de loep, kijken  naar de meerwaarde, de mogelijke valkuilen, de voorwaarden tot slagen, de verschillen in benadering en methodiek, prototypes,  tips en  tricks…  Ervaringsdeskundigen nemen het woord! Als organisaties die met de stad in de weer zijn steun, subsidies of erkenning willen krijgen van een overheid moeten ze nog een hindernissenparcours afleggen. Vraag is waarom overheden zo bureaucratisch en tergend langzaam reageren ? We peilen naar een verklaring bij enkele politici, aangevuld door reflecties vanuit de wetenschap en de journalistiek. Uiteraard uit beide kanten van de taal’grens’.

18 april 2013, 20u.
PLAATS: Buurthuis Chambery, Brussel
ORGANISATIE: Louis-Paul Boonkring

http://www.lpboonkring.be

Meer samenwerking tussen de taalgemeenschappen. En wijken centraler stellen in het stedenbeleid. Dat staat in het eindrapport van Stadspiratie. Een grote rondvraag bij Vlaams-Brusselse organisaties over hoe de Vlaamse gemeenschap haar toekomstige stedelijke beleid moet voeren.

Bekijk de video op: Vlaams-Brussels middenveld vraagt meer samenwerking tussen gemeenschappen.